Roestvast staal
In veel omstandigheden is een galvanische bescherming door het lakken van het oppervlak van zacht staal onpraktisch. Daar komt de speciale oxidefilm gevormd op chroomgelegeerde staal goed van pas.
Veel types roestvrij staal werden ontwikkeld voor het weerstaan aan verschillende corrosieomgevingen, dingen langer te laten meegaan en ons voedsel hygiënisch is. Roestvrij staal is zelfs gebruikt voor zaken zoals het schoonmaken van de uitlaatgassen van auto’s en elektrische centrales.
Roestvrij staal is ook recycleerbaar: wanneer het afgedankt wordt, kan het hersmolten worden om iets nieuws van te maken.
Roestvrij staal is een chroomhoudende staallegering. Het minimum chroomgehalte van het gestandaardiseerde roestvrij staal is 10,5 %. Chroom maakt het staal ‘roestvrij’ — dit betekent verbeterde weerstand tegen corrosie. De betere corrosieweerstand is te danken aan de chroomoxide film die gevormd wordt op het staaloppervlak. Deze extreem dunne laag herstelt zichzelf onder de juiste omstandigheden.
Naast chroom zijn de typische legeringelementen molybdeen, nikkel en stikstof. Nikkel is meestal toegevoegd om de vervormbaarheid en de ductiliteit van roestvrij staal te verbeteren. Het legeren van deze elementen leidt tot verschillende kristalstructuren voor de verschillende eigenschappen bij machinale bewerkingen, bij het plooien, lassen enz.
De belangrijkste roestvrije stalen zijn:
- Austenitische roestvrije stalen, die gehard kunnen worden bij koude vervorming en voldoen aan een breed gamma designcriteria. In wezen zijn zij niet magnetisch hoewel zij licht magnetisch kunnen worden tengevolge van het koud vervormen.
- Martensitische roestvrije stalen zijn echte chroomtypes die gehard kunnen worden door warmtebehandeling. Zij zijn magnetisch.
- Ferritische roestvrije stalen, zoals martensitisch roestvrij staal, zijn pure chroomtypes en zijn magnetisch. Ferritisch roestvrij staal daarentegen kan niet door warmtebehandeling gehard worden en enkel door koude vervorming beperkt gehard worden.
Een van de meest gebruikte universele roestvrije staalsoorten. Het bezit een uitstekende combinatie van sterkte, corrosiebestendigheid en is gemakkelijk te bewerken. Gebruik 1.4307, voor zijn lager koolstofgehalte, om de precipitatie tijdens het lassen te verminderen.
EN 1.4401 (Austenitisch)
Superieure corrosiebestendigheid in vergelijking met de andere 300 legeringreeksen wanneer het gebruikt wordt in ruwe corrosieve omgevingen (bv. zeewater, chemische producten, enz.) Gebruik 1.4404, voor zijn lager koolstofgehalte, om de precipitatie tijdens het lassen te verminderen.
EN 1.4541 (Austenitisch)
Met titanium gestabiliseerd roestvrij staal om de vorming van chroomcarbid tussen de korrels te verhinderen. Het vertoont sterkte eigenschappen die beter zijn dan die van 1.4301 roestvrij staal, waardoor het best geschikt is voor onderdelen die nadien niet uitgegloeid kunnen worden.
EN 1.4512 (Ferritisch)
Het laagste chroomgehalte van de roestvrije staalsoorten, combineert met verhoogde temperatuur–corrosiebestendigheid met matige sterkte en een goede vervormbaarheid.
EN 1.4016 (Ferritisch)
Een universeel niet–warmte–behandelbaar chroomtype voor hooggepolijste toepassingen in zachte atmosferen. Zijn sterke punten liggen in de ductiliteit, vervormbaarheid, goede corrosie– en oxidatiebestendigheid, warmtegeleiding en de kwaliteit van de afwerking.
